 |
Tegels en platen
uit de
Koninklijke Majolicawerkplaats Cadinen |

|
Cadinen (Pools: Kadyny)
Het dorp ligt in het voormalige West-Pruisen, aan de Wisła-lagune aan de Oostzee, ongeveer 16 kilometer ten noordoosten van Elbing (Pools: Elblag) en 4,5 kilometer ten zuidwesten van Tolkemit (Pools: Tolkmicko).
Het Rode Leger bezette de regio aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in februari 1945. Cadinen werd, samen met de gehele zuidelijke helft van Oost-Pruisen, door de Sovjet-Unie aan Polen afgestaan voor bestuur, en Cadinen werd gepoloniseerd als "Kadyny". Het Poolse bestuur verdreef de lokale bevolking uit het district. Cadinen/Kadyny werd in 1989 door de Poolse autoriteiten op de monumentenlijst geplaatst en is uitgegroeid tot een populaire toeristische bestemming.
01
Landhuis Cadinen, Theodor Albert (Magdeburg 1822-1867)
© Grafische collectie Alexander Duncker (Berlijn 1813-1897) museum-digital-deutschland
Verwerving van landgoed Cadinen door keizer Wilhelm II.
Wilhelm II verwierf landgoed Cadinen op 15 december 1898 van de districtsbestuurder van Braunsberg, Arthur Birkner. De bossen rondom Cadinen, rijk aan wild, inspireerden de gepassioneerde jager tot de aankoop van het landgoed.
De Duitse keizer bezocht de nieuwe aanwinst op 2 juni 1899. In de zomer van 1899 werd het landgoed tot paleis omgebouwd. Wilhelm II en zijn vrouw, Auguste Viktoria, verbleven daarna ook op 5 en 6 oktober 1899 in Cadinen. Cadinen diende vervolgens als zomerresidentie van de familie tot het einde van de monarchie in 1918.

02 Majolicaportaal van de Protestantse Kerk in Cadinen
© Wikipedia |
In de aankoop van het landgoed was een steenfabriek begrepen. Keizer Wilhelm liet deze fabriek moderniseren met twee ronde ovens en de nodige machines voor een industriële baksteenproductie. De in Cadinen vervaardigde bakstenen werden per smalspoor naar een kleine haven aan de lagune vervoerd, waar ze werden verscheept. Bakstenen waren een bestseller. Belangrijke gebouwen in het hele Rijk werden gebouwd met bakstenen uit Cadinen, evenals deze in het stadje dat rond de steenfabriek van Cadinen ontstond.
Wilhelm II liet tussen 1913 en 1916 de kerk van Cadinen bouwen met handgevormde bakstenen uit Cadinen. Ook de dakpannen, de majolica-elementen die het portaal sieren en de tegelvloer van de kerk werden in Cadinen vervaardigd.
De kerk werd in 1945 door de oorlog beschadigd en in 1957 gesloopt. |
Koninklijke Majolicawerkplaats Cadinen
03
Werkplaatsbord
Rond 1900 beleefde tingeglazuurde, kleurrijk beschilderde keramiek een opleving in Duitsland. In 1901 werd in Karlsruhe de Groothertogelijke Majolica-manufactuur opgericht.
Keizer Wilhelm II kon de mode voor majolica, bekend om zijn levendige kleuren, niet weerstaan. Hij liet monsters nemen uit verschillende kleigroeven in de omgeving van Cadinen en liet deze naar de Koninklijke Pruisische Porseleinmanufactuur (KPM) in Berlijn sturen. De KPM kreeg de opdracht te onderzoeken of de klei uit Cadinen geschikt zou zijn voor de productie van fijn en artistiek keramiek. De resultaten van het onderzoek bleken goed mogelijk. Zo richtte Wilhelm II in 1904 in zijn zomerresidentie in Cadinen de Koninklijke Majolica-werkplaats op. Als artistiek directeur bepaalde hij persoonlijk niet alleen de selectie van kunstenaars en maar ook deze van de motieven van de keramische producten. Het daar geproduceerde roodbruin geglazuurde keramiek verwierf al snel een uitstekende reputatie. Zo werden in Berlijn bijvoorbeeld bouwkeramiek en tegels gebruikt in representatieve gebouwen als metrostations, het warenhuis Wertheim aan de Leipziger Platz en het wijnhuis Kempinski.
Tegels uit Cadinen in Berlijnse metrostations
Metrostation Theodor-Heuss-Platz (voorheen Reichskanzlerplatz):
De Koninklijke Majolica-werkplaatsen van Cadinen leverden majolicategels in gele, groene en bruine tinten voor wanden en plafonds.
Metrostation Bayerischer Platz:
De vestibule is nog steeds voorzien van een wandbekleding bestaande uit donkerblauwe Cadinentegels.
Metrostation Klosterstraße:
Het metrostation, gebouwd tussen 1911 en 1913, is een van de best bewaarde.
04
© Katarina Saric
De decoratieve elementen van het metrostation Klosterstraße, geopend op 1 juli 1913, werden ontworpen door de Zweedse architect Alfred Grenander.
De zuidelijke vestibule is voorzien van wandpanelen met keramische Cadinentegels. Ze tonen gestileerde palmbomen, gebaseerd op modellen van de voorgevel van de troonzaal van koning Nebukadnezar II van Babylon (604-562 v.Chr.).
De reconstructie van die voorgevel, gebaseerd op de resultaten van Duitse opgravingen in Babylon, is sinds 1930 te zien in het nabijgelegen Pergamonmuseum.
Het linkerpaneel toont vier gestileerde palmbomen, het rechterpaneel acht.
05
© Katarina Saric
Een ander wandpaneel met zeven gestileerde palmbomen.
06
© Katarina Saric
Brede mortelvoegen benadrukken de blauwe majolicategels, gelegd in een halfverband.
Het licht van de plafondlampen reflecteert in de glans van het glazuur.
Verkoop van producten van de Koninklijke Werkplaatsen Cadinen in Berlijn
Het Hohenzollern Kunstgewerbehaus, H. Hirschwald, eigenaar: Friedmann & Weber,
publiceerde in 1907 een najaarscatalogus waarin producten van de Koninklijke Werkplaatsen Cadinen werden gepresenteerd en beschreven.
Fragmenten uit de najaarscatalogus van 1907:
"We zullen in onze showrooms aan de Leipziger Straße 13 een grote collectie van de Cadinen-fabrieken, afgebeeld op deze cataloguspagina's, tentoonstellen en nodigen u uit om het technisch perfecte en artistiek uitgevoerde werk zelf te aanschouwen. Voor maatwerk, of het nu gaat om eenvoudige terracotta stukken of tegels en veelkleurige majolica, geven we graag advies en eventueel tekeningen, die echter de goedkeuring van Zijne Majesteit vereisen voordat ze worden uitgevoerd."
Berlijn W. 66, herfst 1907
Leipziger Straße 13
07
© Marburg Fotoarchiv nr. 1.250.783
Cadinen-producten in de herfstcatalogus van 1907 van het Hohenzollern Kunstgewerbehaus.
Margot Wolf fotografeerde in 1987 teksten en illustraties in de Berlijnse Kunstbibliotheek voor pagina's 50 en 51 van haar boek "Cadinen", gepubliceerd in 1988.
Het productassortiment van de Koninklijke Majolicawerkplaats Cadinen was zeer breed. Replica's varieerden van grote tegeltableaus naar Nederlandse voorbeelden tot grote Egyptische vazen.
Replica's van Nederlandse tegeltableaus en tegels
08
© Marburg Fotoarchiv nr. 1.250.783
Deze foto uit het Marburg Fotoarchiv toont twee identieke tegeltableaus in het voormalige Berlijnse stadspaleis, die overeenkomen met het Cadinen-product in de herfstcatalogus van 1907 van het Hohenzollern Kunstgewerbehaus (afbeelding 07)
09
© Marburg Image Archive, afbeelding nr. 1.250.784 |
Stadspaleis Berlijn, Noordvleugel, Begane Grond, Poolse Kamers, Badkamer, Kamer 292.
De Poolse Kamers bevonden zich in de Lustgarten-vleugel ten oosten van Portaal V. De belangrijkste ruimtes waren de gang, de slaapkamer en de badkamer.
Volgens foto's in het Marburger Fotoarchiv bevonden zich in de badkamer minstens twee van deze Cadinen-tegelschilderingen, omlijst door Cadinen-tegels met motieven naar Hollandse voorbeelden.
Het tegeltableau is aan de zijkanten omzoomd met tegels van 6,5 x 13 cm. De omlijsting, bestaande uit afbeeldingen van mensen en landschappen in een gebogen achthoek op een gevlekte achtergrond en het hoekmotief van een kwartrozet, is opvallend.
De aangrenzende dubbele rij tegels toont landschappen in een cirkel met het hoekmotief van een ossenkop.
Het kleurenschema is mij onbekend. |
Vergelijking van de herfstcatalogus van 1904 met de tegeltableaus van het Berlijnse stadspaleis
In kunstkringen waren Nederlandse tableaus die correspondeerden met het Cadiner-bloemenvaastableau bekend, en met name:
De 'Chambre de Diane' in het 'Trianon de Porcelaine' in Versailles (1670-1687), in Slot Rambouillet (1715-1750), in Amalienburg in het park van Slot Nymphenburg (1734-1739), en in het Rijksmuseum Amsterdam, het Oldenburg Museum en het Deens Kunstnijverheidsmuseum in Kopenhagen.
 
Cadiner bloemenvaas Bloemenvaas in het voormalige Berlijnse stadspaleis
10 11
Vergelijking van een bloemenvaastableau uit Cadinen met overeenkomstige bloemenvaastableaus in het Rijksmuseum Amsterdam

Cadiner bloemenvaas © Rijksmuseum Amsterdam, BK-NM-12400-442
12 13
14
© Rijksmuseum Amsterdam, BK-NM-4638
Majolicategels uit Cadinen
In de herfstcatalogus van 1907 van het Berlijnse Hohenzollern Kunstgewerbehaus bood Plaat III onder andere majolicategels aan naar Portugese, Spaanse en Nederlandse voorbeelden.
15
© Herfstcatalogus 1907 van het Hohenzollern Kunstgewerbehaus in de Berlijnse Kunstbibliotheek
Prijslijst: 7 Plaquette van Hare Majesteit de Keizerin, ontworpen door Prof. Manzel, M. 9,00 / 8 Plaquette van Zijne Majesteit de Keizer, ontworpen door Prof. Manzel, M. 9,00 / 18 Borstbeeld van Zijne Majesteit de Keizer, ontworpen door Prof. Manzel, M. 22,50 / 39-46 Tegels per stuk M. 2,25 / 47 Tegeltableau: Paul Heydel "Winter" M. 450 / 48 Madonna naar Antonio Rosselino M. 135 / 49 Madonna, ontworpen door Heinrich Splieth M. 15.
Warenhuis A. Wertheim, Berlijn, Leipziger Straße
De Keramische Rundschau publiceerde het verslag "Cadinen op de tentoonstelling" op 21 juli 1910.
Uittreksel 1:
"De Koninklijke Majolicawerkplaatsen Cadinen in Cadinen (West-Pruisen) presenteren hun producten voor de derde keer aan een groter publiek in een besloten tentoonstelling. De eerste tentoonstelling in het Hohenzollern Kunstgewerbehaus in Berlijn in 1907 had niet het verwachte succes en het oordeel was negatief. Er werden echter duidelijk lessen getrokken uit deze tentoonstelling, en de tweede tentoonstelling in het warenhuis A. Wertheim in Berlijn in februari van dit jaar (Keramische Rundschau 1910, pagina 84) was van een aanzienlijk hoger niveau, zowel wat betreft de smaakvolle inrichting van de tentoonstelling als de kwaliteit van de producten. De aan de Baumschulenweg gepresenteerde objecten zijn in wezen gebaseerd op dezelfde producten die al te zien waren op de tweede tentoonstelling in het warenhuis A. Wertheim, alleen zijn ze hier ondergebracht in een apart, groter gebouw, artistiek gerangschikt en verdeeld over de ruimtes, ingericht met kostbare meubels en tapijten, zodat er niet te veel tegelijk wordt tentoongesteld. Het verkooppunt van Cadinen bevindt zich in de hal voor fijne keramiek, en een groot aantal producten is daar te vinden.
Bij het bespreken en beoordelen van Cadinens producten moet men zich er altijd van bewust zijn dat de wil van de koninklijke fabriekseigenaar doorslaggevend is, en dat kunstenaars en technici zich daaraan over het algemeen ondergeschikt moeten maken. Men kan laatstgenoemden daarom niet zomaar verantwoordelijk stellen voor kritiek op ontwerp en uitvoering, aangezien men de mate van betrokkenheid van de koninklijke fabriekseigenaar niet kent, wiens smaak en artistieke conceptie over het algemeen net zo bekend zijn als zijn afkeer van alles wat modern is. Het zou wenselijk zijn om kunstenaars en technici meer handelingsvrijheid te geven, zodat ze beoordeeld kunnen worden naar de maatstaven die ze verdienen wanneer ze zonder invloed werken.”
16
© Keramische Rundschau, 21 juli 1910, 'Cadinen op de tentoonstelling'.
Keramische Rundschau, 21 Juli 1910
Fragment 2:
"Hier, op de achterwand, is een renaissancemajolica tentoongesteld met een lichtblauwe achtergrond en witte prachtige figuren en ornamenten. Er is een tegeltableau, blauw op een witte achtergrond, met de keizer in marine-uniform. Op de schouw bevinden zich twee gekleurde Venetiaanse bustes.
Keizer Wilhelm was verantwoordelijk voor de decoraties van Cadinen-keramiek. Hij liet zich inspireren door de Oudhed, de Renaissance, de Neorenaissance en de Art Nouveau. De majolica- en terracottawerken van Cadinen produceren architectonische keramiek, vazen, wand- en ceremoniële randen, bustes, portretreliëfs, lampen, bloemen, tegels en tegeltableaus.
Bekende hedendaagse kunstenaars zoals Oswald Bachmann, Max Bezner, Wilhelm Dietrich, Paul Heydel en Ludwig Manzel werkten vóór en in Cadinen.”
Wijnhuis Kempinski
17
© Wikipedia
Majolica-architectuurkeramiek en majolicategels in de Cadinenzaal van het Kempinski-wijnhuis, Berlijn, Leipziger Straße 25 (1910)
Tegelschildering van Paul Heydel
Paul Heydel, schilder, portretschilder, illustrator en tegelschilder (* 7 februari 1854, Dresden - + 15 oktober 1935, Dresden) begon zijn samenwerking met de Koninklijke Majolica-werkplaats Cadinen waarschijnlijk in 1907. Als docent aan de Berlijnse Academie voor Schone Kunsten was hij een enthousiast voorvechter van de art nouveau-kunststroming. Op de tentoonstelling van Cadinen-producten in 1910 in het warenhuis A. Wertheim in Berlijn werden twee tegeltableaus, blauw op een witte achtergrond, tentoongesteld met gezichten op Cadinen. Majolicategels met gezichten op Cadinen en het kasteel Marienburg sierden de keizerlijke privévertrekken. James Simon, oprichter van het kindertehuis "Haus Kinderschutz", gaf Paul Heydel opdracht een groot tegeltableau te maken voor de hal van het tehuis. Het tehuis was gelegen aan de huidige Claszallee in Berlijn.
Het hoofdkantoor van James Simon, een belangrijke mecenas van Berlijnse musea en een trouwe supporter van de opgravingen in Babylon, was gevestigd aan de Klosterstraße 80-82.
18
© Catalogus in de Staatsbibliotheek Berlijn
Signatuur O 2289 f kl
|
In de catalogus uit 1907, uitgegeven door het Hohenzollern Kunst- und Gewerbehaus Friedmann & Weber, werd een van zijn gekleurde tegeltableaus afgebeeld onder nummer 47 op plaat III. Het 45-delige tegeltableau, "Winter", werd aangeboden voor 450 duitse mark.
- Zie afbeelding 15 |
Paul Heydel maakte van 1909 tot 1910 groot formaat tableaus in de Koninklijke Majolica Werkplaatsen in Cadinen. Deze majolicaportretten van Frederik de Grote en de Grote Keurvorst werden tentoongesteld op de Tweede Tentoonstelling van de Klei-, Cement- en Kalkindustrie in Berlijn in 1910.
Lobby van Hotel Atlantic in Hamburg
19
© Wikipedia
De 130 Tegels toonden in 1910 een afbeelding van keizer Wilhelm II in de lobby, een symbool van de persoonlijke cultus van de keizer.
Tegels beschilderd door Paul Heydel
in het Kunstgewerbemuseum, Staatliche Kunstsammlungen Dresden
20
© Inv. nr. 43516 a-d_1
Putti musicerend.
21
© Inv. nr. 43515 a-c_1
Putti met een fruitkrans.
In de rechteronderhoek staat de signatuur Paul Heydel inv.
Cadinen is verborgen achter de lijst.
22
© Inv. nr. 43515 d-f_1
De kop van een ram is een veelzijdig symbool met verschillende betekenissen. Het kan vruchtbaarheid en vitaliteit symboliseren, maar ook dapperheid en kracht.
Het wordt ook gebruikt in de astrologie en sommige religies.
Vaas in het Staatliche Kunstmuseum Dresden
Het Hohenzollern Kunstgewerbehaus, H. Hirschwald, eigenaar: Friedmann & Weber, publiceerde zoals hierboven al aangegeven in 1907 in Berlijn een najaarscatalogus. Deze catalogus bevatte en beschreef een vaas die vergelijkbaar was met die van het Staatliche Kunstmuseum Dresden, onder Inv.nr. 74.
 |
 |
23 © Staatliches Kunstmuseum Dresden
Inv.nr. 29273 |
24 Afbeelding in de najaarscatalogus van 1907 van het Hohenzollern Kunstgewerbehaus, Cadinen-producten |
25
© Staatliches Kunstmuseum Dresden Inv.nr. 29273
Ateliermerk op de voet van de vaas. Hierdoor zijn replica's uit Cadinen duidelijk als zodanig te identificeren.
Putti met muziekinstrumenten in het voormalige Correns-huis in Berlin-Lankwitz
(ten tijde van de bouw, district IV)
26
Handtekening P.H. Cadinen voor Paul Heydel Cadinen.
Tegels beschilderd door Paul Heydel
in het Kunstgewerbemuseum, Staatliche Museen zu Berlin
27
© Kunstgewerbemuseum, Staatliche Museen zu Berlin – Stichting Pruisisch Cultureel Erfgoed,
Inv.nr. O-1976, 15
Tegelfries met tuinierende putti.
Titel: Naakte kinderen tuinieren
Kunstenaar: Schilder: Paul Heydel (7 februari 1854 - 15 oktober 1935)
Fabrikant: Cadinen Manufactuur (na 1904)
Materiaal/techniek: Klei, beschilderd, geglazuurd
Afmetingen: Hoogte x Breedte: 34,4 x 125 cm (met lijst)
Tegels uit Cadinen in privécollecties
Collectie Thomas Rabenau
28
© Collectie Rabenau
De majolicategel van het Berlijnse metrostation Theodor-Heuss-Platz (geopend op 29 maart 1906 onder de naam Reichskanzlerplatz) is circa 30 x 35 cm groot.
29
© Wikipedia |
De Berlijnse "Hoch- und Untergrundgesellschaft" gebruikte het logo met de twee schoepenwielen vanaf 1906. Het ontwerp is van de Zweedse architect Alfred Grenander. Majolicategels met naar rechts of links wijzende schoepenwielen wisselen elkaar af in het metrostation. |
30
© Collectie Rabenau
Putto, onderdeel van een tegeltableau in de stijl van de tegeltableaus in het Kunstgewerbemuseum, Staatliche Kunstsammlungen Dresden. De tegel van 15 x 15 cm kan worden toegeschreven aan de kunstenaar Paul Heydel.
31
© Collectie Rabenau
Meisjeshoofd tussen lelies. Ontwerp Ludwig Menzel.
1903-1904, hoogte 30,2 cm, breedte 39,5 cm.
Ludwig Menzel (1859-1936) werkte vanaf 1889 als beeldhouwer in Berlijn. In 1895 werd hij
lid van de Kunstacademie en was hij van 1912 tot 1918 president.
32
© Collectie Rabenau
Meisjeshoofd tussen rozen. Ontwerp Ludwig Menzel.
Hoogte 30,5 cm, breedte 39,5 cm.
Jugendstil Cadinen-bord met reliëf.
De signatuur van de kunstenaar is linksonder te zien.
Dit reliëfbord van de Koninklijke Majolicawerkplaats werd rond 1903-1904 gemaakt.
Het is bedekt met een bruine sliblaag.
Kopie van een laatmiddeleeuwse vloertegel
uit de Koninklijke Terracotta Werkplaats in Cadinen, 17 x 17 cm.
33
© Collectie dr. Mario Baeck
34
© Collectie dr. Mario Baeck
Vergelijking van de tegel uit de Collectie dr. Mario Baeck
met tegels uit het klooster van Bebenhausen
Collectie Maja Pietrasik
37
© Collectie Pietrasik
Drie tegels uit de terracottafabriek Cadinen.
Deze tegels zijn aangetroffen in de protestantse kerk in Cadinen, gebouwd tussen 1913 en 1917. Deze kerk bestaat sinds 1958 niet meer.
Vergelijking van de tegels uit de collectie Pietrasik met tegels uit het klooster van Bebenhausen
Collectie Edwarda Parzycha
Gepubliceerd in: Pospieszna Barbara, Ceramika kadyńska w zbiorach Edwarda Parzycha, Muzeum Elblag 2012
40
© Collectie Edwarda Parzycha
Vier wandtegels, ca. 1910, formaat 30x30 cm. Majolicaglazuur, wit-blauw-geel.
41
© Collectie Edwarda Parzycha
Tegel met rozetmotief, ca. 1910. Formaat 13,4x17,3x1,8 cm.
Collectie Ryzard Formela
Gepubliceerd in: Cadinen. Aus der Königlichen Majolika-Werkstatt (1904-1944). Ostpreußisches Landesmuseum Lüneburg und Schlossmuseum Marienberg (Malbork), Ausstellungskatalog, Malbork 1999
42
© Collectie Ryszard Formela (1999)
Wandtegel met een geometrisch ruitmotief, ca. 1908. Ontwerp: Alfred Grenander, architect van diverse Berlijnse metrostations.
Gegoten, veelkleurig tinglazuur. H. 29,5 cm; B. 29,5 cm; D. 4,8 cm.
Fabrieksmerk gestempeld op de achterkant van de tegel.
Identieke tegels vormden tot ca. 1945 een keramische wandbekleding in het Berlijnse metrostation 'Kaiserhof'. Grenander ontwierp het gehele interieur van het metrostation in de 'Perzische stijl'.
43
© Collectie Ryszard Formela (1999)
Wandtegel met een geometrisch vlechtmotief, ca. 1908.
Gegoten, veelkleurig tinglazuur. 14,8 x 14,8 x 1,4 cm.
Fabrieksmerk gestempeld op de achterkant van de tegel.
44
© Collectie Ryszard Formela (1999)
Wandtegel met geometrisch vlechtmotief, ca. 1908.
Gegoten, veelkleurige tinglazuur. 14,5 x 14,5 x 1,4 cm.
Fabrieksmerk gestempeld op de achterkant van de tegel.
45
© Collectie Ryszard Formela (1999)
Wandtegel met geometrische motieven en Franse lelies, ca. 1908.
Gegoten, veelkleurige tinglazuur. 14,5 x 14,5 x 1,4 cm.
Fabrieksmerk gestempeld op de achterkant van de tegel.
Keizer Wilhelm II en Cadinen na 1918
Op 11 november 1918 tekende de Duitse regering een wapenstilstand in het bos van Compiègne bij Parijs, wat neerkwam op een onvoorwaardelijke overgave.
Keizer Wilhelm II ging op 10 november 1918 in ballingschap naar Nederland en deed op 28 november 1918 troonsafstand. Iets later volgde keizerin Augusta Victoria hem naar Amerongen. Vanaf 1920 woonden ze in Haus Doorn bij Utrecht. Na het overlijden van de keizerin op 11 april 1921 trouwde Wilhelm II op 5 november 1922 met prinses Hermine von Schönach-Carolath, geboren prinses Reuss (1887-1947).
De terracotta- en majolicawerkplaatsen in Cadinen bleven zijn eigendom. Wilhelm II vertrouwde het beheer van zijn nalatenschap toe aan Rüdiger von Etzdorf, de toenmalige districtsbestuurder van Elbing, die tot 1927 als gevolmachtigde fungeerde. Hij werd aanvankelijk bijgestaan door hoofdinspecteur Walter Oldenbourg en vervolgens door hoofdinspecteur Georg Nowack. Later was het beheer enkele jaren in handen van Joachim-Peter von Moltke. De afgetreden keizer oefende nog steeds aanzienlijke invloed uit op de majolicaproductie en behoorde zelf tot de afnemers van Cadinen-producten. Hij keurde elk ontwerp persoonlijk goed.
46
© Museum Huis Doorn / Nederland
In de jaren 1920 en 1930 werden in Cadinen nog steeds bustes van de afgetreden keizer geproduceerd en voor 50 mark per stuk verkocht. De voormalige Duitse keizer gaf gesigneerde bustes cadeau. Na 1933 werden in Cadinen ook bustes van Adolf Hitler vervaardigd.
Keizer Wilhelm II overleed op 4 juni 1941 in Huis Doorn bij Utrecht.
Cadinen bleef in het bezit van het Huis Hohenzollern tot 25 januari 1945, toen het Rode Leger arriveerde.
Literatuur
-Dorr Robert, Cadinen, Elbing 1900
-Hohenzollern-Kunstgewerbehaus, H. Hirschwald, Inhaber: Friedmann & Weber,
Herbstkatalog, in dem Erzeugnisse der Königlichen Werkstätten Cadinen vorgestellt und beschrieben wurden, Berlin 1907
-Seidel Paul, Der Kaiser und die Kunst, Reichsdruckerei Berlin 1907
-Dorr Robert, Elbing, Kahlberg und Cadinen, neuer illustrierter Führer, Danzig 1911
-Wolf Margot, Cadinen, Gengenbach 1988
-Formela Ryszard, Ceramika kadjnska, Muzeum Elblag 1991
-Barfod Jörn, Die Majolikawerkstatt Cadinen, in: Weltkunst 23/1992
-Cadinen. Aus der Königlichen Majolika-Werkstatt (1904-1944). Ostpreußisches Landesmuseum Lüneburg und Schlossmuseum Marienberg (pools Malbork), Ausstellungskatalog, Malbork 1999
-Barfod Jörn und Heidrich Frank, Des Kaisers Keramik: 100 Jahre Königliche Majolika-Werkstätten Cadinen, Taschenbuch – 1. Juli 2003, Ostpreußisches Landesmuseum Lüneburg (Herausgeber)
-Pospieszna Barbara, Ceramika kadyńska w zbiorach Edwarda Parzycha, Muzeum Elblag 2012
-Umfassender Bericht zu Cadinen von Christa Mühleisen:
https://www.aefl.de/ordld/AK-Cadinen071204/cadinen.index.htm
-Cadinen in der Zeitschrift ‚Keramische Rundschau‘:
Cadinen und Karlsruhe bei A. Wertheim, Berlin, 24. Februar 1910
Cadinen auf der Ausstellung, Berlin, 21. Juli 1910
Keramische Gestaltung, Berlin,13. Oktober 1910
Unglasierte und glasierte Terrakotten, Berlin 27. Oktober 1910
-Cadinen in der Zeitschrift für die Geschichte und Altertumskunde Ermlands, Band 13, Braunsberg 1901
-Wikipedia
Dankzegging
Ik wil iedereen die mij de afbeeldingen voor dit verslag heeft aangeleverd hartelijk bedanken.
Jan Pluis en dr. Mario Baeck wil ik bedanken voor nuttige informatie en correcties.
Ik wil ook mijn zoon Norbert bedanken voor het redigeren en publiceren van dit verslag.
|